Afgelopen zomer fietste Jan Roelevink de Alpe d'Huez op, samen met 400 medestanders, lezers van het Dagblad van het Noorden. Zij deden dit in het kader van een evenment dat werd uitgezet door het Dagblad van het Noorden in samenwerking met de Leeuwarder Courant.
Alles op z'n kop
In 2006 kreeg Jan Roelevink lymfeklierkanker. Nog voor hij kon bijkomen van de aansluitende bestraling en chemobehandeling werd zijn 6-jarige zoon plotseling, "meer dood dan levend", opgenomen in UMCG vanwege nierfalen. Opnieuw brak een angstige en turbulente tijd aan die uiteindelijk, ruim een jaar later, resulteerde in een niertransplantatie met Jans echtgenote als donor. Pas daarna kwam er,
eindelijk, rust.
In die periode, die vooral in het teken van zingeving stond, stuitte Jan voor het eerst op
Alpe d'HuZes, een organisatie die jaarlijks geld inzamelt voor KWF Kankerbestrijding. Kort daarop bleek Het Dagblad van het Noorden een deelnemerstrip voor de beklimming van de Alpe d'Huez te organiseren. Het pleit was beslecht, Jan had een doel. "Eerst maar eens beklimmen en dan weten we waar we het over hebben."
Voorbereiding op maat
Inmiddels was hij via Herstel & Balans begonnen aan zijn conditieopbouw. Maar na de hectische periode met zijn zoon was daar nog maar weinig van over. Daarom werd via de BAG (Bureau Arbeid en Gezondheid) bij de vestiging Paramedics in Assen een uitgekiend voorbereidingsprogramma opgesteld dat zich over een half jaar uitstrekte. Om mee te kunnen doen was een uitgebreide sporttest nodig, die bij het UMCG werd afgenomen. Volgens die inspanningstest zou Jan, rekening houdend met zijn door astma beperkte zuurstofopname, ongeveer twee uur over de klim zou doen.
In werkelijkheid was hij liefst een half uur sneller.
D-Day
Jan was ondergebracht in een appartement in een verlaten ski-oord. Met zijn drie medebewoners, maar in 't bijzonder met een Brabander met chronische leukemie, voelde hij een nauwe verwantschap. Als lotgenoten hadden zij veel raakvlakken.
Op de dag van de beklimming, 22 mei 2009, was het erg warm, zo'n 30 graden - voor Jan ideaal, het kan hem niet warm genoeg zijn. "Natuurlijk was het zwaar, maar ik was toen ik de top bereikte niet aan de latten, zoals men zo mooi zegt."
Emotioneel was het een heel ander verhaal. "Voor je gevoel is het een grote overwinning, het einde van een hele hectische periode, en het is ongelofelijk als dan blijkt dat je dit toch nog kunt. En toen ik die Brabander zag, stonden we daar als twee grote kerels te snotteren, gewoon een overweldigend moment als je elkaar dan tegenkomt - dat je dit hebt kunnen en mogen doen".
HBH als baken van rust
Terugkijkend denkt Jan dat er nog een wereld te winnen valt op het gebied van zelfherstellend vermogen. "De ziekte brengt de meeste mensen totaal uit balans en in elk geval in 2006 ging daar in de medische wereld veel te weinig aandacht naar uit. In dat opzicht was Het Behouden Huys een baken van rust. Het was een soort noodkoord: op het moment dat het je teveel wordt kun je daar aan trekken en dan heb je weer even balans voor een bepaalde periode. Je kunt je ei kwijt, ook samen, er zijn lotgenoten en je leert voor zover dat ooit mogelijk is omgaan met wat je hebt. Dat brengt rust en stabilisatie in een periode waarin je anders misschien wel gek kunt worden".
Alpe d'HuZes 2010
Dat Jan de smaak te pakken heeft moge blijken uit het feit dat hij zich heeft opgegeven voor Alpe d'HuZes 2010. Helemaal bijzonder is dat hij bezig is een team te formeren dat onder meer bestaat uit zijn zoon Mozes (9 jaar). Het team wil hier in het Noorden zoveel mogelijk aandacht genereren en zodoende geld inzamelen voor KWF Kankerbestrijding.
"Als ik maar één mens raak met mijn verhaal dan is er al winst. Want als ik íets geleerd heb dan is het wel dit: als je kanker hebt, is je leven niet voorbij. En mocht het onverhoopt toch uitzichtloos blijken, dan is er nog genoeg tijd om te huilen". Zie ook
Move to the Top.
Alpe d'HuZes zet zich ervoor in
dat de strijd tegen kanker uiteindelijk wordt gewonnen. Dat kanker niet meer als dodelijke ziekte, maar als een chronische ziekte kan worden gezien. Op 3 juni 2010 gaan ruim 2500 deelnemers van start bij de vijfde editie van het evenement.